Als je bent gekomen aan de grens van alles dat je weet, kunt en denkt dat je ooit zou durven,
bedenk dan dat je voet altijd iets zal vinden om op te staan of dat je plotseling leert vliegen.

geluk
PDF Afdrukken E-mail

Hun oudere zusje wijst enthousiast op de kluwen jonge katten. “Leuk he, baby-poesjes, mag ik er een oprapen oma ?” Ja het is goed, Cem de jongste van de tweeling maar ook de snelste en de voorlijkste heeft goed gekeken en geluisterd. “Bebe ?” roept hij, op het jonge katje wijzend. Vanaf dat moment heten alle katten voor de tweeling bebe. Nu, nu ze bijna twee zijn, ontdekken ze dat het anders is. “PPoessshhh”. Ze lopen qua taalontwikkeling wat achter die twee. Ze hebben elkaar, hun eigen onderlinge brabbelgeheimtaal, hun eigen spelletjes, de lerende oriëntatie op volwassenen of oudere broers en zussen die de andere kinderen sneller maakten is bij hen veel minder. Ik ontdek dat ik er eigenlijk erg van geniet, ze zijn langer naïef, spontaan, strategieloos, open, vol vertrouwen.

De twee kleine mannetjes zijn nog ongegeneerd in hun aandacht vragen en geven. Oma was “Moema”,  ik was “Oboema” tot dit weekend. Cem begon weer: “ Opa”  riep hij toen ik binnenkwam, rende op me af met zijn armpjes omhoog, wou op schoot, kussen, knuffelen, “dit zijn mijn wangen” zingen (je hoort het alleen als je heel erg goed luistert) en eindigt met iejadeejapoef. Zoals hij alle liedjes eindigt met iejadeejaapoef. Eren komt er glimlachend naast staan klimt op de bank naast me, nestelt zich tegen me aan en zegt dromerig “ opa”. Ik heb met weemoed afscheid genomen van mijn status van Oboema. Hij zal, als ze net zijn als andere kinderen, nooit meer terugkeren en vergeten raken.

Eren loopt vanuit de keuken op me af. Een afstand van een stap of tien/vijftien voor hem. Na twee stappen sluit hij zijn ogen en loopt door, zeven, acht stappen. Hij stopt, ogen gesloten, z’n hoofd gaat achterover, alsof hij met dichte ogen op het plafond wil lezen hoever hij is, hij loopt nog een stap of vier stopt weer en opent zijn ogen. Hij is nergens tegen aangelopen en bijna bij mij, zijn doel van nu. Er komt een glimlach en hij maakt een wat beerachtig rondedansje. Cem speelt een paar meter verder met lego. Hij lijkt hier niets van te hebben bemerkt, maar als het rondedansje begint staat hij op, rent op ons af en doet mee. Handen in de zij, zogenaamd boos kijkend stampt hij als een sumoworstelaar van zijn ene been op het andere, begint te grinniken en probeert zijn broer te overtreffen door uitbundiger te zijn, meer clownesk en het lukt. Hij wisselwerkt met gekheid, Eren gaat gewoon bij me zitten, is tevreden met een stille aai over de bol, Cem met spiegelend gedrag en gekheid van de volwassene. Het gaat allemaal nergens over, gelukkig maar. Misschien is geluk er gewoon alleen als het eigenlijk nergens over gaat.....

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen