Als je bent gekomen aan de grens van alles dat je weet, kunt en denkt dat je ooit zou durven,
bedenk dan dat je voet altijd iets zal vinden om op te staan of dat je plotseling leert vliegen.

democratie: een uitnodiging tot dialoog en reactie
PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 02 april 2010 22:46

We hebben de laatste tijd veel stof tot nadenken over de democratie. Vallende kabinetten , de erfenis van van Mierlo, de dreigende onbestuurbaarheid doordat de traditionele blokken afkalven en er nu veel partijen even groot dreigen te worden, de dalende deelname aan de verkiezingen en de verharding van de debatten, op het onfatsoenlijke af. En dit was nog maar een greep. En uiteraard valt dit samen met een historisch grote ingreep in de omvang van de overheid zelf en haar taken, een ingreep waarbij markt en prijs voor de burger een grote rol gaan spelen, als ik de ambtelijke werkgroepen mag geloven. Ik peins hier al jaren op, zonder echte “affe” antwoorden, veel argumenten voor en tegen passeren telkens de revue.

Het wordt misschien eens tijd om via mijn site, als ik dit technisch voor elkaar krijg, een discussie te starten. Ik zal daarvoor hier en daar wat filosofie ontvouwen en vaak eindigen met vragen.

Waar komen we vandaan ?

Laat ik samenvattend stellen dat ik in ons huidige politieke stelsel twee soorten wortels herken: tribale en feodale. De tribale: om te voorkomen dat we elkaar de hersens inslaan om water, wegen, vee en vrouwen hebben we een soort democratie ontwikkeld. Wijze ouderen die de groep tot gezamenlijke beslissingen leidden rond het behoud van de collectiviteit zonder bloedvergieten, of hoogstens het bloed van andere groepen. We deden allemaal mee en het lijkt of we daarnaar terugverlangen soms. De feodale: de bepalende elite die zich eigenaar voelde van het geheel en dat soms vertaalde in patriarchaal weldoen, maar soms ook in een soort lijfeigenaarschap over de individuele onderdanen. We raakten als burger gewend aan het feit dat een ander voor belangrijke dingen die ons allemaal aangaan verantwoordelijk is en begeleiden dat met gezond wantrouwen. Onze democratie kreeg vorm in een verzuilde tijd zonder algemeen kiesrecht en zo hebben we langzaam de mengvorm veranderd en ingewikkelder gemaakt. Maar de kern is gebleven: om te voorkomen dat we om collectieve schaarste elkaar de hersens inslaan, laten we nu concurrerende elites beslissingen nemen over schaarste. Alleen die elites hebben hun voorspelbare achterbannen verloren en moeten vechten om de kiezersgunst. Waar het rond de verdeling van schaarste (werk, inkomen, zorg, onderwijs, ruimte om te ondernemen, etc) altijd al ging om winnen of verliezen, is dat strijdkarakter van de politiek door het zwevend raken van kiezers toegenomen. De politiek verhardt, de strijd verhardt.

Een belangrijk kenmerk van onze democratie (i.t.t. veel buitenland) is dat we onze volksvertegenwoordigers kiezen en niet onze bestuurders. Ik probeer nog altijd te doorgronden wat er gebeurt als we dit ook gaan mengen in ons landje. Pluriformiteit en zuilen (en dus wat we later de polder zijn gaan noemen) waren immers altijd ons handelsmerk. Er waren altijd zoveel groeperingen dat niemand ooit een meerderheid kon krijgen. Ik vermoed dat deze pluriformiteit ten grondslag ligt aan dit structuurkenmerk. In andere landen, waar de kiesdrempel hoger is, er veel minder partijen zijn, werkt het om burgemeesters en presidenten te kiezen, of zelfs sherifs en stadsjuristen; bij ons ook ?

Bestuurlijk hebben we een gedecentraliseerde eenheidsstaat gebouwd. Drie lagen met oorspronkelijk drie keer zoveel gemeenten als we nu nog over hebben en hier en daar een flard functioneel bestuur als waterschappen. Dat alleen al leidt tot een hoge bestuurlijke dichtheid (veel volksvertegenwoordigers en bestuurders per hoofd van de bevolking). Binnen al die besturen hebben we een strikte scheiding gemaakt tussen bestuur, volksvertegenwoordigers en ambtelijke organisatie. Dat betekent dat ook binnen elke bestuurlijke eenheid een hoge dichtheid bestaat van mensen die bevoegdheden hebben en verantwoordelijkheden dragen rond allerlei beleidsterreinen. en organisaties. En dan zijn er ook nog allerlei samenwerkingsvormen gegroeid, convenanten gesloten. Ook hier weer vermoed ik dat onze gedachten over pluriformiteit, zuilen of stromen, over polders en samen ten grondslag liggen aan de structuurkenmerken van ons stelsel.

Wat gebeurt er nu allemaal ?

In de eerste alinea heb ik al wat genoemd. De zuilen bestaan nauwelijks nog. De oude partijen die daar hun wortels hadden zijn allemaal brede volkspartijen geworden. Kiezers zweven. Tribale en feodale wortels worden steeds onherkenbaarder. We hebben geen lokale hechte gemeenschappen meer (hoewel, de groei van lokale partijen duidt op een nieuwe vorm ervan, toch?) en we vertrouwen gezagsdragers die we zelf gekozen hebben niet meer. Er ontstaat een soort consumentisme, gepaard gaand met een overdracht van vertrouwen. Om dit kort toe te lichten: de overheid is er voor onze veiligheid, als er een probleem ontstaat spreken we de overheid aan. Als we jonge Marokkanen zien als de aanstichters van onze onveiligheid (al gebeurt dat in een naburige stad en als het dan maar niet overwaait naar ons…) vragen we de overheid om in te grijpen. Als dat niet hard of simpel genoeg gebeurt, dan gaan we op een partij stemmen die dit hoog agendeert. Het lijkt erop dat we de overheid zien als een instantie waar we geluk, voorspoed en veiligheid willen kopen en we switchen van partij (want van overheid kan niet) als we ontevreden zijn.  Waar vroeger nieuwe politieke partijen ontstonden vanuit vernieuwingen in ideologie of visie op bestuur, lijken veel nieuwe clubs steeds vaker onvrede te willen bundelen (van vroeger de “stem nee, stem SP” tot nu TON en PVV en ….).

De communicatie tussen politiek en kiezers, die vroeger via de zuilenorganisatie verliep, verloopt nu via de media. De media, in concurrentie om scoops, hypes, etc., lijken te vervlakken en te versimpelen. Je kunt je de vraag stellen of het populisme een politiek verschijnsel is of een verschijnsel van de vervlakkende media die elke wilde kreet van Wilders veel aandacht geven en elk bezoek van Verdonk aan een rechtszaak waar Marokkanen bij betrokken zijn breed uitmeten. De politiek en de media hebben elkaar in een wurggreep. De media zoeken oneliners die niet over de inhoud gaan, politici hebben de media nodig om bekendheid te verwerven om hun carrière te kunnen voortzetten.

De polder lijkt met name buiten de politiek te bloeien. Ik bedoel dan het overleg met en tussen werkgevers en werknemers, met belangenorganisaties rond verkeer, energie, milieu. Het kan daar hard gaan, maar er vindt meer plaats dan alleen debat, meer dan winnen of verliezen: we zoeken daar naar mogelijkheden om belangentegenstellingen te overstijgen, er is daar nog wat dialoog dus. Iets van de kwaliteit van de oude tribale structuren vind je daar nog terug. In de politiek allang niet meer. Debatten die op de persoon spelen, debatten op de vierkante millimeter rond incidenten zijn  aan de orde van de dag (voorbeeld: er was rond de eeuwwisseling een VVD-er voorzitter van een commissie over de TBS die de kamer opriep om niet direct zo verhit te reageren als er weer eens iets misging rond een proefverlof. Nog geen jaar later voerde de VVD, ik meen bij monde van Teeven die nog als officier van justitie had gewerkt en dus wist wat er aan de hand was, het hoogste woord bij de volgende zaak. Zonder overigens enig structureel gevolg. Avonden lang vermaak op tv ook nog). Omwille van media-aandacht zijn politici bereid om het aanzien van hun eigen vak om zeep te helpen.

Ik merk dat er boosheid zit in mijn keuze van onderwerpen en mijn woordkeus. Laat ik het hier maar even bij laten wat de inleidende schets betreft. Maar de vraag waar ik de discussie over wou uitlokken luidt:

En wat moet er dan gebeuren ?

Hogere kiesdrempel ?

Er komen dan, zoals bijvoorbeeld in Duitsland, minder partijen in beeld (en dus ook minder media-aandacht voor splinters) en het wordt lastiger om als organisator van onvrede of een minderheidsgroep zetels, inkomen, aandacht en tijd te vragen. Grote partijen worden daarmee ook gedwongen om aandacht te geven aan de populistische kant van hun  kiezerspotentieel. Maar het lijkt in strijd met de idee over pluriformiteit in de politiek die zo diep in ons idee over politiek en dus in ons stelsel geworteld zit. Het zou mensen die zich niet snel thuis voelen in de daardoor bevoordeelde hoofdstromen wel eens wat verder van de stembus kunnen wegjagen.

Aanvullen met een districtenstelsel ?

Een van de onderdelen van de erfenis van Hans van Mierlo. Iets van dat tribale, het streekeigene, komt dan sterker op nationaal niveau terug. We moeten dan maar even kijken hoe we dat lokaal en provinciaal oplossen. Het zou de band tussen kiezer en gekozene kunnen versterken. Daartegen pleit dat daarmee politiek weer wat meer het karakter krijgt van belangenvertegenwoordiging. We zijn net aan het toegroeien naar meer visionaire politiek nu de oude ideologieën aan het vervagen zijn: wat voor een land willen we zijn, wat voor een samenleving, wat is voor ons beschaving, waar moeten we ons brood mee verdienen, waar willen we sterk in zijn ? Dat zijn de vragen die nu vooral het politieke landschap lijken te gaan kleuren. Clubs als ouderenpartijen en moslimpartijen en de partij voor de dieren raak je kwijt bij een hogere kiesdrempel. De Limburglobby of de Frieslandlobby keert ervoor terug. Ik weet nog niet of dat vooruitgang is.

Fusies of lijstverbindingen tussen partijen ?

“Om samen te werken rond energiepolitiek hoeven we niet te fuseren. D66 en wij begrijpen elkaar op dit punt”, hoorde ik Diederik Samsom van de week zeggen op een uitnodiging van de ANWB-directeur die zich zorgen maakte over de politieke versplintering van het land. Waar. Maar op veel andere punten begrijpen we elkaar niet, dacht ik. Een kabinetsformatie met D66 en de PvdA is hels lastig, zo bleek in Amsterdam en Enschede. Toch doen dan ? en compromissen sluiten voor de verkiezingen in plaats van erna ?

Bestaat er een alternatief voort het instituut politieke partij ?

Midden jaren negentig heb ik meegedaan aan een symposium over “politiek zonder partijen”. Immers politieke partijen verenigen nog maar 1 % van de kiezers en daarbinnen is weer nog maar een procent of 5 actief. En dat instituut, dat zover is afgekalfd, staat centraal in de kieswet en in het hele systeem van verkiezingen en rekrutering van volksvertegenwoordigers en bestuurders. Fortuijn toonde later aan dat het ook anders kan en Wilders op zijn manier ook, maar daar waren we toen niet naar op zoek. Dat worden bewegingen zonder consistent programma en zonder interne tegenspraak en tegenspel tegen mensen die het gezicht bepalen. Is er een zinnig alternatief denkbaar op dit moment, anders dan de veramerikaniseerde persoonsgerichtheid die de programmatische helderheid vervangt ?

Aantallen volksvertegenwoordigers terugdringen ?

Het is de vraag of de democratie wordt geschaad als we 100 in plaats van 150 Kamerleden hebben, alle raden met een derde kleiner worden gemaakt, enzovoort. Het is ook een manier om de kiesdrempel te verhogen in zekere zin, met het bijkomend voordeel dat minder volksvertegenwoordigers ook leidt tot minder uitgaven als vergoeding aan deze mensen en minder mogelijkheden tot aandacht voor details. Als je mij in het hart kijkt, vermoed ik dat dit een van de meest effectieve maatregelen is om de democratie een nieuwe impuls te geven en ook nog financieel voordeel oplevert. Het zou in het verlengde daarvan ook nog wel eens zinvol kunnen zijn om het aantal ministers en leden van colleges terug te dringen.

Debat voor en dialoog na de verkiezingen, of eerder de dialoog zoeken ?

Dit ligt in het verlengde van één van de vorige vragen. Ik zie nu alle partijen zich ideologisch of visionair op het eigen eiland terugtrekken en hun eigen optimalisatie bouwen. Iedereen weet dat je die optimalisatie in kabinetsonderhandelingen niet volhoudt. Zelfs Wilders roept nu dat hoofddoekjes geen breekpunt mogen zijn voor collegevorming. Het moet voor kiezers een raar tafereel zijn om nu te zien dat links collectief roept om een programma tot afschaffing van de hypotheekrenteaftrek en rechts vindt dat dit niet ter discussie mag komen als je weet dat er straks een kabinet komt waarin daarover een ingewikkelde oplossing ontstaat die hopelijk beter is dan beide standpunten. Maar als je eerder zou gaan zoeken naar iets dat de tegenstelling verbindt of overstijgt, waar gaan de verkiezingen dan nog over ?

Minder overheid (provincies, gemeenten, waterschappen, samenwerkingsverbanden) ?

Op nationaal niveau is er maar één, dat kunnen we niet verminderen, maar 12 provincies is veel voor een klein land en bijna 400 gemeenten ook. Maar werkt schaalvergroting eigenlijk ? Er gaan nu al stemmen op om de schaalvergroting in het onderwijs en de zorg terug te dringen. Effectief en slagvaardig opereren kunnen bij een grote schaal wel eens slechter worden, de relatie met de burger ook. Dit kan alleen als we erg slim worden in management, bestuur en burgercontact. Of …

Herdefiniëren van de relatie met de media ?

Tot nu toe lieten politici zich in het keurslijf dwingen van de korte statements, de uitspraken over spanningen in de coalitie en dergelijke. Ik zag bij het laatste lijsttrekkersdebat voor het eerst op brede schaal een begin van een opstand. Het debat moest worden uitgesteld omdat Rutte en Bos later kwamen en daarna praatten de dames en heren gewoon door Pauw en Witteman heen. Spannend. Ik zou wel eens wat meer zelfbewuste politici willen zien die de wisselwerking met de media een nieuw gezicht gaven. En dan bedoel ik niet wegblijven zoals Wilders doet. Maar hoe organiseer je dat ? Door eens zonder partijbelang met elkaar te praten over wat je als politiek eigenlijk wilt ? En natuurlijk de journalistiek is een groot goed als je kijkt naar landen waar geen vrije pers heerst. Ik heb geen behoefte om de ene uitwas te vervangen door een andere, de vraag is hoe er een meer volwassen wisselwerking kan ontstaan.

Gekozen bestuurders ?

Ik begin er steeds meer voor te voelen, al heb ik dan nog steeds nachtmerries over politici die hun ziel verkocht hebben aan een tak van industrie of een elite en niet zonder last en ruggespraak in de bestuurlijke arena stappen. Bij Bush leek dat er verdacht zoveel op dat ik acuut weer koningsgezind dreigde te worden.

Meer dialoog en minder debat ?

“Mevrouw  de voorzitter, het is onverteerbaar dat juist nu de middeninkomens worden getroffen door…” en vul maar in: van rechts de opheffing van de hypotheekrenteaftrek, van links de verlaging van de rijksbijdrage in de studiekosten of de kinderopvang…”.  Is het nou nodig om elkaar als volksvertegenwoordiging te bestrijden of kunnen we samen zoeken naar een evenwichtig pakket, over de partijen heen ? Kan dat alleen in de wandelgangen of ook voor het oog van de camera in de Kamer ? Ik vermoed dat veel kiezers en kijkers opgelucht zouden ademhalen als politici elkaar in het openbaar eens zouden proberen te vinden in plaats van te bestrijden ….

Meer referenda ?

Werkt deze moderne variant van het tribale of verliezen we als stemmers op het referendum de verbanden uit het oog ? Kunnen we het ons in deze moderne complexiteit nog veroorloven om mensen op één issue om een oordeel te vragen ? En komen we dan stemmen ? Veel burgers laten het afweten op zo’n moment….

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen